Oosterwold-ambtenaren

17 maart 2017

Op mijn nachtkastje ligt ‘Het nieuwe land’, een fantastisch boek van Eva Vriend. Als boerendochter uit de Noordoostpolder schrijft ze over het ontstaan van Flevoland. Het is heerlijk om nog meer te weten te komen over deze polder, waar met Almere en Oosterwold een nieuwe laag geschiedenis aan wordt toegevoegd.

Het nieuwe land, Eva Vriend

Het lijkt bijna een militaristisch proces; het maken van nieuw land en het selecteren van boeren en mensen ligt ten grondslag aan de vorming van de polder. Waarbij niet slechts ruimtelijke, maar ook sociale overwegingen een rol spelen. Het is een groot contrast met de ontwikkeling van Oosterwold nu, waarbij er juist een grote mate van vrijheid is voor het verkavelen en je vestigen. Er geen bedacht beeld is van de ideale bevolkingssamenstelling. Waarbij het voor mij niet anders kan dan dat er sociaal gezien een interessant gebied ontstaat. Zonder het vooraf uit te stippelen.

 

In tegenstelling tot toen, is er in Oosterwold geen selectieproces vooraf dat beoordeelt of je wel of niet geschikt bent om initiatief te nemen in Oosterwold. Hoewel dat af en toe overigens wel gekscherend aan mij wordt gevraagd; of ik niet een selectieprocedure kan introduceren om te bepalen wie er wel of niet geschikt is om zich te vestigen in Oosterwold. Ik vermoed dat dat gebeurt vanuit de behoefte om zoveel mogelijk gelijkgezinden om je heen te verzamelen. Nee hoor, Oosterwold is juist zo bijzonder door zijn verscheidenheid aan toekomstige bewoners en ondernemers. En ik weet inmiddels uit ervaring: wie goed zoekt, weet snel andere gelijkgezinden te vinden.

Tegelijkertijd herken ik veel in het boek van Eva. Ik zie duidelijke overeenkomsten met Oosterwold. In het ontstaan van een nieuwe gemeenschap, het pionieren van een groep nieuwe ondernemers, bewoners. Een mooi citaat van haar dat ik ook typerend vind voor Oosterwolders: ‘De droom van de mensen die smachtten naar een kavel in de IJsselmeerpolders heeft alles te maken met een bepaald gevoel van vrijheid dat mensen die op het platteland zijn opgegroeid meteen herkennen. Ruimte om je heen, letterlijk en daardoor ook figuurlijk’.

Ik kan niet anders dan glimlachen bij haar passage over de Rijksdienst IJsselmeerpolders, een aparte dienst die zich bezighoudt met de drooglegging en inrichting van Flevoland. Ik weet niet of wij ook zo bekend staan, maar ik herken mijzelf en mijn team bij het lezen van: ‘Een clubje ‘eigengereide doeners’, zo komen de polderambtenaren bekend te staan.’ 

Want ja, we zijn ambtenaren. Maar we voelen ons stiekem toch een beetje anders met ons bijzondere werk en eigen programma. Werkend voor en met vijf overheden. Wegbereiders, voorlopers in een andere manier van werken. Verbonden met de overheden, maar er toch ook weer een beetje los van. Niet omdat de nieuwe omgevingswet dat vraagt, maar omdat we erin geloven. Ons dagelijks contact met vele initiatiefnemers, vernieuwing en innovatie mogelijk maken, aanpakken en knelpunten oplossen waar het vastloopt. Omdat we ervan overtuigd zijn dat een landschap, een stad gemaakt door de mensen zelf, echt iets heel bijzonders gaat opleveren. Ik noem ons: Oosterwold-ambtenaren.