Ecologisch onderzoek

Alle initiatiefnemers in Oosterwold zullen voor de aanvraag omgevingsvergunning een natuurtoets/ecologisch onderzoek moeten verrichten. Voor de ruimtelijke onderbouwing is het noodzakelijk dat een natuurtoets wordt opgesteld. Deze natuurtoets heeft als doel inzicht te geven in hoe het project zich verhoudt tot de juridische regels die gelden op het gebied van natuurbescherming. Deze zijn achtereenvolgens: Nationaal Natuurnetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), Boswet, Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet. Op termijn zullen deze vier kaders in één wet worden samengevoegd (Wet Natuurbescherming). Zodra deze wet van kracht wordt zal vervolgens aan kaders van die wet getoetst moeten worden.

Nationaal Natuurnetwerk

Bevoegd gezag Gedeputeerde Staten

Oosterwold is (op een klein gebied in het Kathedralenbos na) niet als Nationaal Natuurnetwerk (NNN) begrensd. De afstand tot bestaande NNN kan echter eventueel leiden tot nadelige effecten (externe werking). Daarop dient te worden getoetst. De verwachting is echter wel dat zelden (nooit?) sprake zal zijn van aantasting van de “wezenlijke kenmerken en waarden”. Voor inzicht in begrenzing klik hier.

Boswet

Bevoegd gezag Gedeputeerde Staten

Oosterwold ligt buiten de bebouwde kom zoals deze is begrensd onder de Boswet. Dit betekent dat voor vellingen van (de meeste) houtopstanden een meldingsplicht geldt en een herplantplicht. Herplant op erven geldt echter niet als compensatie van verloren houtopstanden. In de toets moet worden aangegeven of bestaande houtopstanden gekapt gaan worden, of deze onder de bescherming van de wet vallen (enkele typen houtopstanden vallen nl. niet onder de bescherming) en hoe vervolgens aan de meldings- en herplantplicht wordt voldaan.

Flora- en faunawet

Bevoegd gezag Minister EZ

Hoewel in de meeste gevallen een project een verrijking van de biodiversiteit zal opleveren (zeker als de uitgangssituatie reguliere agrarische akkers zijn) zal toch getoetst moeten worden aan de Flora- en faunawet. In de regel zal het om licht beschermde soorten gaan waarvoor reeds een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkeling geldt. Dan geldt nog wel de zorgplicht. Speciale aandacht moet gericht zijn op eventueel aanwezige zwaarder beschermde soorten. Broedvogels en vleermuizen zijn in dit gebied het meest voor de hand liggend. Nagegaan zal moeten worden (met een habitatgeschiktheidstoets) welke soorten te verwachten zijn en welke effecten deze zullen ondervinden van het project. Naast negatieve effecten zijn echter zeker ook positieve effecten te verwachten.

Natuurbeschermingswet

Bevoegd gezag Gedeputeerde Staten

Rond Oosterwold ligt een aantal Natura 2000-gebieden die onder de Natuurbeschermingswet. Beschermd zijn: Oostvaardersplassen, Lepelaarplassen, Markermeer/IJmeer en Gooimeer- Zuidoever/Eemmeer. Op grotere afstand liggen nog stikstofgevoelige gebieden als Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd (per soort en per habitat). De toetsing moet bestaan uit het inschatten van effecten op de instandhoudingsdoelen. Het meest voor de hand liggend is een effect van een project op de foerageerfunctie van kiekendieven rond de Oostvaardersplassen. Voor projecten met een stikstofuitstoot zal ook aan de stikstofgevoelige habitats moeten worden getoetst.

Netwerk groene bureau’s

Het verdient aanbeveling om voor het opstellen van een natuurtoets de opdracht aan een bureau te verlenen dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus én die zich heeft gespecialiseerd in ecologische advisering op het gebied van beleid, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving.