Archeologisch onderzoek

Op 17 mei 2017 heeft het Bestuurlijk Overleg Oosterwold besloten de werkwijze rondom het archeologisch onderzoek in Oosterwold aan te passen. Hier vind je de raadsbrief over dit onderwerp

Om te voorkomen dat het archeologisch onderzoek een belemmering is voor de organische gebiedsontwikkeling van Oosterwold, heeft het Bestuurlijk Overleg Oosterwold besloten het archeologisch onderzoek nu vooraf en integraal te laten uitvoeren. Deze aanpak geldt voor de resterende percelen van het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Almere in het gebied van de eerste fase van Oosterwold. Meer informatie over dit integrale onderzoek lees je hier.

Meer informatie over het archeologisch onderzoeksproces vind je hier.

Wanneer archeologisch onderzoek?

Op de Archeologische Beleidskaart Almere is te zien of een onderzoek moet worden uitgevoerd. Verplichtingen en eventuele vrijstellingen van onderzoek volgen uit de Archeologieverordening 2016 en de bijbehorende beleidskaart. Klik hier voor deze kaart.

In Oosterwold moet archeologisch onderzoek worden gedaan als de voorgenomen werkzaamheden groter zijn dan 500 m2 en dieper dan 150 cm (Waarde–1). In gebieden met een hoge archeologische verwachting, zoals op plekken met oeverwallen en rivierduinen, geldt dat voor bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm (Waarde–4). Daarbij gaat het naast de bouw van een woning of andere bouwwerken bijvoorbeeld ook om het graven van sloten en waterpartijen of om de aanleg van wegen. Zijn de werkzaamheden kleiner dan bovengenoemde grenswaarden, dan is een vrijstelling mogelijk zodat geen onderzoek nodig is. Deze vrijstelling volgt uit de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning, waarbij moet worden gemotiveerd door initiatiefnemers waarom geen onderzoek hoeft te worden gedaan. Klik hier voor het Stroomschema archeologisch vooronderzoek Oosterwold waarin dit proces staat samengevat.

Een beperking op bovengenoemde vrijstelling is dat als in de afgelopen 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunning op een afstand van minder dan 50 meter al sprake is geweest van een vrijstelling voor archeologisch onderzoek, niet nog een keer sprake kan zijn van een vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Onderzoek is dan alsnog nodig. Het moment van aanvraag om omgevingsvergunning is daarbij bepalend. Deze situatie kan zich voordoen in gevallen waarin meerdere kleine bouwplannen naast elkaar worden gerealiseerd. Deze regel is van toepassing om te voorkomen dat het archeologisch bodemarchief door opeenvolgende kleine projecten verloren gaat.

Rol van de gemeente Almere

De gemeente is de bevoegde overheid. Dat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het archeologisch selectiebesluit. Dit is een gemotiveerd besluit tot het al dan niet behouden van eventueel aanwezige archeologische waarden. Verder is de rol van de gemeente beperkt tot het goedkeuren van het Programma van Eisen (PvE), het toetsen van het uitgevoerde onderzoek aan het PvE, en het toetsen van de aanvraag omgevingsvergunning aan de ‘voorwaardelijke verplichting’ archeologie.

De gemeente kan niet voor initiatiefnemers bepalen welke kavels onderzocht moeten worden en welke niet. Inhoudelijk is de gemeente niet op de hoogte van de bouwplannen, noch of op basis daarvan onderzoek noodzakelijk is. Op basis het archeologiebeleid en de verordening moet een initiatiefnemer zelf bepalen of er onderzoek nodig is of er sprake kan zijn van een vrijstelling. Al dan niet met raadpleging van een eigen te kiezen archeologisch adviseur.